De Leerling in Beeld-toets wordt op veel Nederlandse basisscholen gebruikt om de ontwikkeling van leerlingen goed te volgen. Dit leerlingvolgsysteem, ontwikkeld door Cito, helpt leerkrachten inzicht te krijgen in de voortgang van leerlingen op belangrijke vakgebieden zoals taal, rekenen en lezen. In groep 6 krijgt begrijpend lezen een steeds grotere rol binnen deze toetsen.
In dit artikel leggen we uit wat de Leerling in Beeld-toets inhoudt, hoe begrijpend lezen in groep 6 wordt getoetst en hoe leerlingen hun leesvaardigheid verder kunnen ontwikkelen.
Wat is de Leerling in Beeld-toets?
Leerling in Beeld is het vernieuwde leerlingvolgsysteem van Cito. Het systeem bestaat uit verschillende toetsen die meerdere keren tijdens de basisschoolperiode worden afgenomen. Hierdoor kunnen scholen goed volgen hoe leerlingen zich ontwikkelen en op welke gebieden ze eventueel extra ondersteuning nodig hebben.
De toetsen worden meestal twee keer per jaar afgenomen: halverwege het schooljaar en aan het einde van het schooljaar. De resultaten laten zien of een leerling zich ontwikkelt volgens de verwachtingen voor zijn of haar leeftijd.
Binnen deze toetsen is begrijpend lezen een belangrijk onderdeel. Het laat namelijk zien hoe goed leerlingen informatie uit teksten kunnen begrijpen en verwerken.
Begrijpend lezen in groep 6
In groep 6 maken leerlingen een belangrijke ontwikkeling door op het gebied van lezen. In de eerdere groepen ligt de nadruk vooral op technisch lezen: het correct en vlot kunnen lezen van woorden en zinnen. In groep 6 verschuift de aandacht steeds meer naar het begrijpen van teksten.
Leerlingen leren niet alleen wat er letterlijk in een tekst staat, maar ook hoe ze verbanden kunnen leggen tussen verschillende zinnen en alinea’s. Ze oefenen met het herkennen van de hoofdgedachte, het begrijpen van moeilijke woorden en het trekken van eenvoudige conclusies.
Deze vaardigheden worden uitgebreid getoetst in Leerling in Beeld begrijpend lezen groep 6, zodat leerkrachten kunnen zien hoe goed leerlingen teksten begrijpen.
Welke soorten teksten komen voor?
In de begrijpend lezen-toetsen van Leerling in Beeld komen verschillende soorten teksten voor. Dit helpt om te meten hoe goed leerlingen omgaan met uiteenlopende informatie.
Een veelvoorkomende tekstsoort is de informatieve tekst. Dit zijn korte artikelen over onderwerpen zoals dieren, natuur, techniek of geschiedenis
Daarnaast komen ook verhalende teksten voor. Dit kunnen fragmenten zijn uit verhalen waarin leerlingen moeten begrijpen wat er gebeurt en waarom personages bepaalde keuzes maken.
Soms krijgen leerlingen ook instructieteksten. In zulke teksten wordt bijvoorbeeld uitgelegd hoe iets werkt of hoe je een bepaalde activiteit uitvoert.
Door met verschillende tekstsoorten te werken leren leerlingen flexibel omgaan met informatie.
Soorten vragen in de toets
De vragen bij begrijpend lezen zijn bedoeld om verschillende leesvaardigheden te testen.
Een veel voorkomende vraag is het vinden van informatie in de tekst. Leerlingen moeten dan een specifieke zin of stukje informatie terugvinden.
Ook worden er vragen gesteld over de hoofdgedachte van een alinea. Hierbij moeten leerlingen bepalen waar een stuk tekst vooral over gaat.
Daarnaast komen vragen voor over verwijswoorden. Woorden zoals “dit” “die” of “daar” verwijzen vaak naar iets dat eerder in de tekst genoemd wordt.
Soms moeten leerlingen ook nadenken over de betekenis van woorden. Daarbij wordt verwacht dat ze de betekenis afleiden uit de context van de zin.
Door regelmatig begrijpend lezen oefenen leren leerlingen beter omgaan met dit soort vragen.
Strategieën om teksten beter te begrijpen
Om goed te worden in begrijpend lezen is het belangrijk dat leerlingen leren hoe ze een tekst strategisch kunnen lezen.
Een goede eerste stap is om de titel van de tekst te bekijken en na te denken over het onderwerp. Dit helpt om alvast voorkennis te activeren.
Tijdens het lezen kan het helpen om belangrijke woorden of zinnen te onthouden en na elke alinea kort na te denken over wat er is verteld.
Ook signaalwoorden spelen een belangrijke rol. Woorden zoals “maar” “dus”, “daarom” en “omdat” laten zien hoe ideeën in een tekst met elkaar verbonden zijn.
Na het lezen kan een leerling proberen de tekst kort samen te vatten . Hierdoor wordt duidelijk of de belangrijkste boodschap goed is begrepen.
Veelgemaakte fouten bij begrijpend lezen
Veel leerlingen vinden begrijpend lezen lastig omdat het meer vraagt dan alleen lezen. Een veelgemaakte fout is dat leerlingen te snel door de tekst gaan, waardoor ze belangrijke informatie missen.
Ook komt het vaak voor dat leerlingen meteen naar het antwoord zoeken zonder eerst de hele tekst goed te lezen.
Een andere fout is dat leerlingen de vraag niet goed begrijpen. Soms staat er bijvoorbeeld dat ze de belangrijkste reden moeten kiezen, terwijl ze juist een detail uit de tekst selecteren.
Door vaker met begrijpend lezen bezig te zijn leren leerlingen deze fouten herkennen en voorkomen.
Hoe ouders kunnen helpen
Ouders kunnen hun kind op verschillende manieren ondersteunen bij begrijpend lezen. Het helpt bijvoorbeeld om samen te lezen en daarna vragen te stellen over de tekst.
Je kunt bijvoorbeeld vragen waar het verhaal over ging, wat het belangrijkste punt was of waarom iets gebeurde in de tekst.
Ook kan het nuttig zijn om kinderen verschillende soorten teksten te laten lezen, zoals boeken, informatieve artikelen of jeugdnieuws.
Hoe meer kinderen lezen, hoe groter hun woordenschat wordt en hoe makkelijker ze teksten kunnen begrijpen.
Conclusie
De Leerling in Beeld-toetsen in groep 6 geven leerkrachten waardevolle informatie over de leesvaardigheid van leerlingen. Begrijpend lezen speelt daarbij een centrale rol, omdat het laat zien hoe goed leerlingen informatie uit teksten kunnen verwerken.
Door regelmatig te oefenen, verschillende teksten te lezen en bewust gebruik te maken van leesstrategieën kunnen leerlingen hun vaardigheden stap voor stap verbeteren. Daarmee bouwen ze een sterke basis voor begrijpend lezen in groep 7 en groep 8.
